‘Strijd tussen overheden staat hervorming jeugdzorg in de weg’

door | 23-11-22 | Jeugdzorg, Nieuws

‘Teleurstellend’, zo noemt Arne Popma de uitkomst van het Tweede Kamerdebat over de jeugdzorg. ‘De discussie tussen gemeenten en Rijk over financiële en politieke verantwoordelijkheid staat inhoudelijke afspraken in de weg’, zegt de Hoogleraar Kinder- en Jeugdpsychiatrie aan het Amsterdam UMC en Levvel.

Op maandag werd er de hele dag in de Tweede Kamer gesproken over de jeugdzorg en de toenemende problemen in de sector. De frustratie was bij veel partijen te merken, schreef Skipr. Steeds dezelfde discussies spelen al jaren, er is een groot aantal moties aangenomen en niet uitgevoerd en telkens beginnen nieuwe bewindspersonen weer van voren af aan.

Zorgveld eens over wat nodig is

De frustratie is herkenbaar voor Popma. Volgens de voorzitter van de afdeling kinder- en jeugdpsychiatrie van de Nederlandse Vereniging voor psychiatrie (NVvP), en samen met psycholoog Vera Naber (NIP) de vertegenwoordiger van de Samenwerkende Beroepsverenigingen Jeugd, is er in het veld grote overeenstemming over wat er nodig is om de jeugdzorg beter te laten werken. Voorafgaand aan het debat schreven de beroepsverenigingen samen met andere veldpartijen een tweetal brieven om tot actie te manen. ‘De laagdrempelige, collectieve zorg kunnen we op lokaal niveau organiseren, de zwaardere zorg op (boven)regionaal niveau en de zwaarste zorg op landelijk niveau’, zegt hij. ‘Maar er is een conflict tussen overheden over wie wat moet doen. De staat zou nu zijn stelselverantwoordelijkheid moeten nemen om dit op te lossen. Laat de overheden dit samen oplossen en geef het zorgveld de ruimte om afspraken te maken over inhoudelijke verbeteringen. Zo ontstaat er ruimte voor professionals om met kinderen en gezinnen ondersteuning en zorg op maat te bieden.’

Hervormingsagenda voor kerst?

De Tweede Kamer, en het zorgveld, moeten ook deze keer genoegen nemen met een belofte van de staatssecretaris. Hij wil er alles aan doen om voor kerst een principeakkoord te sluiten over een hervormingsagenda voor de jeugdzorg. Die agenda had eigenlijk op 1 januari 2021 al moeten liggen, maar de onenigheid tussen gemeenten en Rijk over de bijkomende besparingsopgave strooide zand in de motor. De gemeenten haakten af toen het Rijk een extra bezuiniging van ruim een half miljard euro eiste. Dat half miljard neemt het Rijk nu voor eigen rekening, maar dan rest er nog altijd een besparingsopgave van 375 miljoen euro. De onderhandelingen met de gemeenten hierover lopen nog. Het is dus zeker nog niet gegarandeerd dat de hervormingsagenda er dit jaar gaat komen, zo tempert de Van Ooijen de verwachtingen.

Meest ongunstige moment voor bezuinigingen

Popma vindt het onvoorstelbaar dat er nu, terwijl de jeugdzorg in crisis is, moet worden bezuinigd. De alsmaar oplopende kosten hangen gemeenten als een molensteen om hun nek en het Rijk zag zich genoodzaakt om 1,4 miljard euro extra uit te geven. ‘Ik begrijp dat je voor de langere termijn een plan nodig hebt om het met minder geld af te kunnen’, zegt Popma hierop. ‘Maar op de korte termijn vraagt dat juist om een investering. In de covid-periode is de zorgbehoefte alleen maar toegenomen. Nu zien we de eerste tekenen van economische recessie, een voorspeller voor een toename van problemen. Dit is het meest ongunstige moment voor bezuinigingen.’

Postcode-psychiatrie

Vanuit het veld en in de Kamer worden ook suggesties gedaan om de kosten in de jeugdzorg te drukken. Het zijn veelal ingrepen in de administratieve belasting. ‘We weten dat dertig procent van de kosten uit overhead bestaat, met name door de ingewikkelde contractering tussen gemeenten en zorgaanbieders. Dat is weggegooid geld, dat in ieder geval niet in de zorg wordt gestoken. Versimpel dat proces. Tegelijkertijd zie je dat het voor ouders onduidelijk is waar ze kunnen aankloppen voor welke zorg, dat ze van het kastje naar de muur worden gestuurd. Bovendien ontstaat er postcode-psychiatrie, waarbij het er maar vanaf hangt waar je woont of de zorg beschikbaar is.’

Stelselwijziging niet nodig

Staatssecretaris Van Ooijen heeft in eerdere debatten erkend dat de inkoop van jeugdzorg beter kan, maar hij liet nu opnieuw weten niks te voelen voor een stelselwijziging. Volgens Popma is een stelselwijziging ook niet nodig en op dit moment niet gewenst, want die zou ook weer jaren duren. ‘Er is veel mogelijk binnen dit stelsel. We organiseren al bepaalde vormen van zorg op landelijk niveau, laten we dat uitbreiden.’

Minister van Kinderen

Popma spreekt dinsdagmiddag bij een bijeenkomst van de nieuw opgerichte stichting Minister van Kinderen, die een ministerie van Kinderen in de komende kabinetten bepleit. ‘We hebben een staatssecretaris die betrokken en welwillend is, maar voor veel zaken afhankelijk is van anderen ministeries. We hadden al eerder een minister van Jeugd en Gezin, met een duidelijke opdracht en mandaat om in samenhang beleid te maken. Als we dat de afgelopen tien jaar hadden gehad, had het ongetwijfeld gescheeld. In de covid-tijd was ik bij bijeenkomsten om aandacht te vragen voor de positie van kinderen, bijvoorbeeld als het ging over schoolsluitingen. We moeten ons de komende jaren echt achter de oren krabben of we voldoende aan het belang van kinderen denken. Eigenlijk zouden we dit belang bij ieder stuk nieuwe wet- en regelgeving moeten meewegen. Het gaat over de toekomst van ons allemaal als maatschappij.’

Bron: Zorgvisie

Wij zijn Zorg Assist Management en ondersteunen zorg- & welzijnsorganisaties bij:
aanbesteden, kwaliteit, IGJ rapporten, strategie & beleid, detacheren management niveau en bij het vinden & aanvragen van subsidies.

Nieuwsgierig naar ons, of hulp nodig? Bel of mail ons en wij maken graag een vrijblijvende afspraak, om wederzijds te bespreken wat wij voor elkaar kunnen betekenen.
0592 201268 / info@zorgassistmanagement.nl

Wij bellen u graag terug

Wij bellen u graag terug